Arbeidsrecht22 maart 2026·9 min leestijd

Wanneer moet een ZZP'er eigenlijk in loondienst?

Wanneer is een ZZP-constructie niet langer houdbaar en moet iemand in loondienst? Leer de juridische grenzen, praktijkvoorbeelden en wat de Belastingdienst beoordeelt.

De grens tussen zelfstandig ondernemerschap en loondienst is niet altijd duidelijk. Veel ZZP'ers werken in constructies die op papier zelfstandig zijn, maar in de praktijk alle kenmerken van een dienstbetrekking hebben. Sinds de Wet DBA actief wordt gehandhaafd, is het belangrijker dan ooit om te weten: wanneer moet een ZZP'er eigenlijk in loondienst?

Risicometer: wanneer kantelt een ZZP-constructie naar loondienst?
Hoe meer signalen aanwezig zijn, hoe groter het risico dat de Belastingdienst een dienstbetrekking constateert.

De juridische basis: artikel 7:610 BW

Het Burgerlijk Wetboek definieert een arbeidsovereenkomst aan de hand van drie elementen die gelijktijdig aanwezig moeten zijn:

  1. Persoonlijke arbeid: De werker verricht het werk zelf en kan zich niet vrij laten vervangen.
  2. Loon: Er is een vergoeding voor de verrichte werkzaamheden.
  3. Gezagsverhouding: De werkgever heeft instructiebevoegdheid over hoe, wanneer en waar het werk wordt uitgevoerd.

Als alle drie elementen aanwezig zijn in de feitelijke situatie, dan is er juridisch sprake van een arbeidsovereenkomst — ongeacht wat het contract zegt. De Belastingdienst, het UWV en de rechter kijken naar de werkelijkheid, niet naar de papieren constructie.

Het holistische toetsingsmodel

Sinds het Deliveroo-arrest (Hoge Raad, 2023) wordt een holistische beoordeling gehanteerd. Dit betekent dat de rechter niet alleen naar de drie kernelementen kijkt, maar naar alle omstandigheden van het geval. Relevante factoren zijn onder meer:

  • De aard en duur van de werkzaamheden
  • De wijze waarop de werkzaamheden en werktijden worden bepaald
  • De inbedding van het werk in de organisatie van de opdrachtgever
  • Het al dan niet bestaan van een verplichting werk persoonlijk te verrichten
  • De vraag of de werker zich als ondernemer gedraagt (eigen klanten, investeringen, commercieel risico)
  • Of de werkzaamheden een wezenlijk onderdeel vormen van de bedrijfsvoering van de opdrachtgever

Geen enkele factor is op zichzelf beslissend — het gaat om het totaalplaatje.

Wanneer kantelt het van ZZP naar loondienst?

Er zijn situaties waarin de balans duidelijk doorslaat richting loondienst. Herken je meerdere van de onderstaande signalen? Dan is het verstandig om de werksituatie te heroverwegen.

1. Langdurig exclusief voor één opdrachtgever

Een ZZP'er die al twee jaar of langer uitsluitend voor dezelfde opdrachtgever werkt, voldoet nauwelijks aan het profiel van een zelfstandig ondernemer. Ondernemerschap veronderstelt dat je op de markt opereert, meerdere klanten bedient en commercieel risico draagt. Exclusieve afhankelijkheid van één partij is het sterkste signaal dat iemand feitelijk in loondienst is.

2. Ingebed in het team en de organisatie

Als een ZZP'er deelneemt aan teamvergaderingen, een bedrijfs-e-mailadres heeft, in het organogram staat, verplicht trainingen volgt en dezelfde aansturing krijgt als collega's in loondienst, is hij organisatorisch ingebed. De gezagsverhouding is dan vrijwel zeker aanwezig.

3. Vaste werktijden en aanwezigheidsplicht

Een echte zelfstandige bepaalt zelf wanneer en waar hij werkt. Als de opdrachtgever vaste werkdagen en -tijden voorschrijft, een rooster opstelt of verwacht dat de ZZP'er zich ziek meldt, zijn dit sterke indicatoren van loondienst.

4. Geen vervangingsmogelijkheid

Als de ZZP'er het werk niet mag uitbesteden aan een collega of vervanger zonder toestemming van de opdrachtgever, is er sprake van persoonlijke arbeidsverrichting — een kernelement van de arbeidsovereenkomst.

5. Geen eigen ondernemersrisico

Draagt de ZZP'er geen financieel risico? Gebruikt hij materialen, gereedschap en software van de opdrachtgever? Heeft hij geen eigen klanten, website of zakelijke verzekeringen? Dan ontbreekt het ondernemerschap dat een ZZP-constructie rechtvaardigt.

Praktijkvoorbeelden

Voorbeeld 1: De "vaste" ZZP-er op de marketingafdeling

Sophie is sinds anderhalf jaar ZZP-marketeer bij een middelgroot bedrijf. Ze werkt vier dagen per week op kantoor, doet mee aan het wekelijkse marketingoverleg, rapporteert aan de marketingmanager en heeft een @bedrijf.nl e-mailadres. Ze heeft geen andere klanten.

Beoordeling: Sophie moet in loondienst. Alle elementen van een arbeidsovereenkomst zijn aanwezig: persoonlijke arbeid, loon, gezagsverhouding. Ze is organisatorisch ingebed, heeft geen vervangingsmogelijkheid en is exclusief afhankelijk van deze opdrachtgever.

Voorbeeld 2: De projectmatige UX-designer

Tom is UX-designer en werkt aan een app-project voor een startup. De opdracht duurt vier maanden. Hij werkt vanuit huis op eigen laptop, bepaalt zelf zijn werkuren en levert tweewekelijks ontwerpen op. Naast deze opdracht heeft hij twee andere klanten.

Beoordeling: Tom opereert als zelfstandige. De opdracht is afgebakend, hij is niet ingebed in de organisatie, werkt zelfstandig en heeft meerdere opdrachtgevers. Geen loondienst.

Voorbeeld 3: De ZZP-docent

Karin geeft als ZZP'er les op een middelbare school. Ze staat drie dagen per week voor de klas, volgt het rooster van de school, gebruikt het lesmateriaal van de vakgroep en is verplicht aanwezig bij docentenvergaderingen. Ze werkt uitsluitend voor deze school.

Beoordeling: Karin moet eigenlijk in loondienst. Ze is volledig geïntegreerd in de schoolorganisatie, heeft geen autonomie over haar werktijden en is exclusief afhankelijk.

Wat zijn de gevolgen als een ZZP'er eigenlijk in loondienst hoort?

Als de Belastingdienst oordeelt dat een ZZP-constructie eigenlijk een dienstbetrekking is, heeft dat vergaande gevolgen:

  • Voor de opdrachtgever: Naheffing loonheffingen met terugwerkende kracht (tot 5 jaar), werkgeverspremies, mogelijke vergrijpboete tot 100% van de naheffing.
  • Voor de ZZP'er: Verlies van zelfstandigenaftrek, MKB-winstvrijstelling en btw-aftrek. Herberekening inkomstenbelasting als loon uit dienstbetrekking.
  • Arbeidsrechtelijk: De werker kan met terugwerkende kracht aanspraak maken op werknemersrechten: doorbetaling bij ziekte, ontslagbescherming, vakantiegeld.

De grijze zone: wanneer is het niet duidelijk?

Niet elke situatie is zwart-wit. Er bestaan grijze zones waarin de beoordeling kan kantelen:

  • Beveiligingsvereisten: Bij werk in datacenters of bij defensie kan een locatie- of apparatuurvereiste gerechtvaardigd zijn zonder dat het op gezag wijst.
  • Gereguleerde beroepen: Artsen, advocaten en notarissen werken soms onder toezicht van een beroepsorganisatie, wat niet hetzelfde is als een gezagsverhouding met de opdrachtgever.
  • Korte intensieve projecten: Een ZZP'er die twee weken full-time op locatie werkt voor een specifiek project, opereert anders dan iemand die structureel op locatie zit.

In deze gevallen is het verstandig om de situatie te laten toetsen — bijvoorbeeld via een DBA-check.

Wat kun je doen als opdrachtgever?

Als opdrachtgever heb je een verantwoordelijkheid om ZZP-constructies die eigenlijk loondienst zijn, te identificeren en op te lossen:

  • Voer een interne audit uit: Breng alle ZZP-inhuur in kaart en beoordeel per opdracht of de drie kernelementen aanwezig zijn.
  • Bied een dienstverband aan: Als de opdracht structureel is en de ZZP'er feitelijk als werknemer opereert, is een arbeidsovereenkomst de juiste constructie.
  • Herstructureer de opdracht: Soms kan de opdrachtformulering worden aangepast zodat de ZZP'er daadwerkelijk resultaatgericht en zelfstandig kan werken.
  • Gebruik modelovereenkomsten: En controleer periodiek of de praktijk aansluit bij het contract.

Veelgestelde vragen

Kan een ZZP'er zelf kiezen om niet in loondienst te gaan?
Nee. Of er sprake is van loondienst is een juridische vaststelling, geen keuze van partijen. Als de feitelijke situatie aan de criteria voldoet, is het een dienstbetrekking — ongeacht de wens van de ZZP'er.

Wat als de ZZP'er tevreden is met de constructie?
Dat maakt juridisch geen verschil. De Belastingdienst beoordeelt de arbeidsrelatie objectief. Tevredenheid van de werker is geen criterium.

Hoe lang mag een ZZP'er voor één opdrachtgever werken?
Er is geen wettelijke maximumduur, maar hoe langer de samenwerking en hoe exclusiever, des te groter het risico dat het als loondienst wordt beoordeeld. Na twaalf maanden exclusief werken wordt het risicoprofiel aanzienlijk hoger.

Kan ik als opdrachtgever een naheffing voorkomen door de ZZP'er alsnog in dienst te nemen?
Het alsnog aanbieden van een dienstverband kan helpen bij het beperken van toekomstig risico, maar dekt niet automatisch de periode die al is verstreken. Wel kan het de Belastingdienst laten zien dat je actief corrigeert, wat invloed kan hebben op de hoogte van een eventuele boete.

Hoe check ik snel of mijn situatie risico loopt?
Doe de gratis Wet DBA Check. In vijf minuten analyseren we de kernpunten van jouw opdracht en weet je of loondienst aan de orde is.

Conclusie

De vraag "wanneer moet een ZZP'er eigenlijk in loondienst?" is in 2026 relevanter dan ooit. Met de actieve handhaving van de Wet DBA kan het negeren van deze vraag leiden tot naheffingen van tienduizenden euro's. Kijk eerlijk naar je werksituatie, herken de signalen en neem actie. Start met een DBA-check en weet binnen vijf minuten waar je staat.

Wil je weten hoe jouw opdracht ervoor staat?

Check in 5 minuten of jouw ZZP-opdracht DBA-proof is. Gratis risicoprofiel, direct resultaat.

Start Gratis DBA-Check →

Specifieke vraag? Neem contact op →

← Meer artikelen lezen